De kinderen van mijn collega spreken Nederlands (met vriendjes en op school), Engels (Ierse moeder) én Italiaans (Italiaanse vader.) Vloeiend en accentloos. Kinderen maken zich nieuwe talen verbazingwekkend snel eigen, terwijl dat op latere leeftijd veel meer inspanning lijkt te kosten. Hoe kan dat? De reden hiervoor is vrij eenvoudig, volgens Niels Schiller, professor in de psycho- en neurolinguïstiek aan de Universiteit Leiden en co-directeur van het Leiden Institute for Brain and Cognition (LIBC). ,,Bij jonge kinderen zijn de hersenen nog erg vormbaar (plastisch). Hierdoor leren zij op een automatische manier. Kinderen leren een taal zonder verdere aanwijzingen: zij pikken grammatica snel op en hoeven niet na te denken over of het 'de' boek of 'het' boek is. Ook de uitspraak van een taal wordt accentloos overgenomen door kinderen." Dit fenomeen kent slechts een beperkte houdbaarheid. Te midden van alle lichamelijke veranderingen die zich voordoen in de puberteit, neemt bij pubers ook de plasticiteit van de hersenen af. Schiller vervolgt: ,,Wanneer dat omslagpunt zich precies voordoet, daarover verschillen de meningen. Vast staat wel dat het automatisme waarmee je een taal leert, drastisch afneemt na je tiende levensjaar. Je moet een taal dan gaan leren en dat kost aanzienlijk meer moeite. Je krijgt te maken met grammaticaregels, woorden en klankstructuren die je echt moet gaan bestuderen." Een vreemde taal verstaan en begrijpen op schrift gaat veel mensen beter af dan het echt goed spreken van die taal. Passief bezig zijn met een taal lijkt dus gemakkelijker dan actief. Schiller: ,,Het begrip van een taal blijft redelijk goed intact in de hersenen en die kennis kan betrekkelijk eenvoudig weer opgeroepen worden. Dat betekent echter niet dat je die kennis meteen kunt omzetten in het vloeiend spreken van die taal ('taalproductie'). Dit komt doordat voor taalbegrip en taalproductie verschillende hersenstructuren aangesproken worden. Taalproductie vergt oefening en die kennis zakt weg als je de taal niet meer gebruikt. Op die manier kun je zelfs je moedertaal volledig verliezen." Kunnen we onszelf een handje helpen door een 'makkelijke' vreemde taal als Engels en Duits te gaan leren? Niels Schiller vindt dat er geen 'moeilijke' of 'makkelijke' talen bestaan: ,, Het Engels kent een vrij strikte woordvolgorde in een zin. De één vindt dat prettig, de ander heeft er moeite mee. Het Chinese schrift is anders dan het onze en het leren van nieuwe karakters is een extra hindernis bij het je eigen maken van een taal. Maar het schrift zegt niets over de moeilijkheidsgraad van de Chinese woorden, grammatica of klanken.''
Copyright 2008 HDC Media B.V. / Leidsch Dagblad
All Rights Reserved